Return to site

Je hoort nog van ons

Al 35 avonden tevergeefs je stinkende best doen voor
een studentenkamer door de leukste versie van jezelf
te spelen – de hospitant heeft het niet makkelijk.
Goed nieuws: hospiteren kun je leren.

· Noor Lagendijk

‘Als je een stuk fruit was, wat zou je dan zijn?’; ‘Met hoeveel mensen ben je naar bed geweest?’; ‘Kun je een koffieapparaat nadoen?’ Vragen die je zomaar gesteld kunnen worden tijdens een hospiteeravond, waarop je solliciteert voor een kamer in een studentenhuis. Dan is het duimen dat jouw reactie uitspringt boven die van dertig anderen. Ook zij spelen die avond de leukste versie van zichzelf om de kamer in kwestie te kunnen bemachtigen. Hoe val je op in een menigte van aasgieren? Rebekka Folkers (22), die in Leiden studeerde en nu psychologie doet aan de UvA, heeft al vele hospiteeravonden in Amsterdam achter de rug. “Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat de helft van de hospitanten na tien minuten werd weg - gestuurd. Zij werden het in elk geval niet.”
 

Duurste prijskaartje
Dat op hospiteren een behoorlijke druk ligt, is geen wonder. In de gemeentelijke voortgangsrapportage 2015 duidt het kopje ‘aanhoudende vraag’ op een tekort aan
studentenwoningen – circa 1000 tot 2018. Jongeren uit het buitenland die in Amsterdam
studeren, zitten daar niet eens bij. Áls er al een woning vrijkomt, is die vaak ook niet goedkoop: de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting wijst uit dat een studentenkamer in Amsterdam het duurste is: dit jaar gemiddeld 31 euro per vierkante meter, op een landelijk gemiddelde van 24 euro. Juist vanwege die schaarste kunnen studenten die op zoek zijn alle hulp gebruiken. Teun Bijman (25) uit Utrecht is daarop ingesprongen. Hij begon zijn bedrijf Hospiteercoach dit jaar naar aanleiding van zijn ervaringen. Bijman heeft altijd in grote huizen gewoond, met veel doorloop van huisgenoten. Hij organiseerde daarvoor in totaal zeker dertig hospiteeravonden. Daarop zag hij het vaak misgaan. “Vaak had ik aan het eind van de avond geen idee wie de hospitant nou eigenlijk was.” Als hospiteercoach voert hij coachingsgesprekken, legt simpele trucs uit en hanteert een driedelig stappenplan. Rebekka Folkers krijgt van hem een coachings - gesprek in de Coffee Company op de Mr. Treublaan. “Wanneer is de eerstvolgende hospiteeravond?” vraagt Bijman. “Zondag, bij twee jongens op de Lindengracht. Ik vind het best lastig om mezelf spontaan te presenteren, als het eigenlijk een georganiseerde boel is,” zegt Folkers. Bijman: “Dat begrijp ik, het is een soort spel. Maar wel een die je wilt winnen, want je wilt die kamer.”

Verkoopverhaal
Jezelf binnen een uur presenteren als de ideale huisgenoot, dat kun je volgens Bijman leren. Je hoeft je niet anders voor te doen dan je bent, maar hoe je jezelf presenteert: dáár kun je iets aan doen. Een leerzame ervaring voor hem was wat voor kracht er uitgaat van korte, bondige informatie. “Toen ik op straat krantenabonnementen verkocht, merkte ik al snel hoe irritant mensen mij vonden. Maar als je hen laat doorvragen in plaats van ze te overspoelen met een lang verkoopverhaal, luisteren ze beter. Zo werkt dat ook bij kennismakingsrondes.” Om te controleren of het ‘praatje’ van een hospitant niet spaak loopt, wordt geoefend aan de hand van rollenspelen. Daarnaast zijn er de praktische tips. “Als je voordat je naar binnengaat even een pen tussen je neus en lippen legt, worden je lachspieren geactiveerd. Handig voor een eerste indruk.” Kleurige kleding dragen kan ook helpen. Om erachter te komen wat werkt, heeft Bijman zich eerst gestort op psychologisch onderzoek, verkooptrucs en sollicitatiecoaching. Met als resultaat zijn eigen model van ‘de drie pilaren’. “Het begint bij de eerste indruk. Mensen onderschatten hoe doorslaggevend de eerste paar seconden al kunnen zijn.” Student Folkers herkent dat meteen:
“Laatst kon ik de eerste vijf minuten maar geen contact krijgen met de huisgenoten, en toen voelde het alsof ze al een indruk van mij hadden. Het was een verloren zaak.”

Aan elkaar snuffelen
Ook Roos Vonk (56), hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit van Nijmegen, hamert op het belang van die eerste indruk. Het afgelopen jaar bracht zij een boek uit waarin ze dit fenomeen beschrijft. “Voor een onderzoek bekeken mensen een halve minuut een video met een ander. Het blijkt dat ze in die tijd zich al een aardig beeld kunnen vormen van die onbekende: hoe extravert diegene is, of hij netjes is en hoe intelligent. Zo’n eerste indruk komt misschien niet honderd procent overeen, maar is best betrouwbaar.” Die indruk vloeit niet alleen voort uit wat je zegt of hoe je je kleedt. “De bewegingen die je maakt, oogcontact en hoe vaak je glimlacht: dit zijn allemaal non-verbale signalen die worden opgepikt.” Volgens Vonk zijn mensen daarin niet
anders dan dieren; je snuffelt aan elkaar en je weet in een minuut al wie je graag mag en bij wie je uit de buurt blijft. “Alleen zijn mensen meer gefocust op het visuele en lichaamstaal, en dieren op geur.” Volgens hospiteercoach Bijman maakt alles wat voorafgaat aan de kennismaking deel uit van de eerste indruk – ook al ben je je daar niet van bewust. “Als je direct zenuwachtig of chagrijnig overkomt, ben je al verloren. Heb je bijvoorbeeld een lange dag achter de rug, benoem dat dan.” Dan is er de tweede fase van de avond, waarop je moet zien over te brengen wie je bent. Het moment daaraan voorafgaand aan de kennismakingsronde is belangrijk, zegt Bijman. “Dan krijg je nog de ware huisgenoten te zien. Je kunt hen tot jouw supporter maken door een raakvlak te benoemen.” Met die kennismakingsronde begint het toneelstukje. “Je voelt dat de sfeer dan verandert. Alsof de avond nu pas echt is begonnen.” Een korte pitch houden over je persoonlijkheid, dat is nogal een opgave. Volgens Bijman is het het belangrijkste dat je geen overkill aan informatie geeft, maar dat je de huisgenoten de regie laat nemen. “Ik geef weleens een opsomming van wat ik doe,” zegt Folkers. Bijman: “Dat is niet gek, maar dan denken huisgenoten: is er iets wat dat meisje niet doet? Als je vertelt waarom en hoe je iets doet, creëer je vragen.” Folkers, aarzelend: “Maar als ik heel lang aan het woord ben, word ik toch irritant gevonden?” Bijman: “Als ze vragen wat je doet op het gebied van werk, studie, vrije tijd, vertel jij hoe je dingen doet en waarom. Je geeft antwoorden die verder gaan dan de vraag en daarmee win je stiekem tijd om te vertellen wie je bent.” Dan is er nog je bijdrage aan de groep gedurende de rest van de avond – de derde pilaar van Bijman. Hoe stel je je op als een andere hospitant aan het woord is? Wat voor opmerkingen hoor je tijdens de rondleiding door het huis? Student Niels van Loo (23), bezig met zijn master business administration aan de UvA, weet er alles van. Hij heeft nu een kamer, maar hospiteerde vaak. “Er zit altijd een student bij die te opdringerig is
of een die zegt dat hij het huis zal schoonmaken of elke avond kookt. Daar prikken
ze zo doorheen.” Volgens hoogleraar Vonk moet je vooral jezelf blijven. In een situatie waarbij je
jezelf in een heel korte tijd moet presenteren, doen veel verlegen meen zich anders voor dan ze zijn, zegt ze. “De hospiteeravond is er ook om te zien of je bij de groep past. Zo wil een rustig,
serieus type vast niet terechtkomen in een huis vol druktemakers.”

Grof filteren

Zeena Spijkerman (23) en haar vier huisgenoten wonen in de Jordaan. Zij hebben diverse hospiteeravonden georganiseerd. “De selectie begint al bij de Facebookberichten. Soms krijgen we er wel vijftig binnen, dus we moeten grof filteren. We pikken er tien mensen uit die een origineel verhaal hebben geschreven. Die nemen we gezamenlijk door en dan nodigen we vijf
mensen op een avond uit.” Volgens Spijkerman zijn er dan altijd dezelfde types. “Er is altijd iemand met lange verhalen en een luide stem, en juist iemand die timide is en pas iets inbrengt
als je ernaar vraagt. Je zoekt naar iemand die daar tussenin zit.” Wanneer de hospitanten zijn vertrokken, beginnen ze de nabespreking. “Als een van ons echt overtuigd is van een hospitant,
is het aan hem om de rest te overtuigen. We nemen de beslissing samen.” Volgens Bijman zoeken huisgenoten vaak iemand met hetzelfde karakter als de student die zijn koffers heeft gepakt. “Dat houdt de bestaande dynamiek in stand.” De beslissing moet ook nog eens samen
worden gemaakt. “Dat groepsproces gaat niet altijd op een rationele manier,” zegt Vonk. “Als een dominante huisgenoot een sterke voorkeur heeft, kan de rest zo overstag gaan.” “Belangrijk voor iedere hospitant om te onthouden is dat de afwijzing waarschijnlijk niets te maken heeft met zijn of haar persoonlijkheid, maar met een ontbrekende klik met de huisgenoten.”

Onzeker
Hoewel dat gemakkelijker gezegd is dan gedaan– een afwijzing niet op jezelf betrekken – kan Folkers daar wel inkomen. “Ik heb vaak willen vragen of ik iets verkeerd doe of dat ik misschien te stil ben. Maar er zijn zo veel hospitanten waaruit de huisgenoten kunnen kiezen; de kans dat ik ben afgewezen omdat het beter klikt met een ander, is heel groot.” Hoe die afwijzing vervolgens tot je komt, verschilt ook nogal. Folkers: “Toen ik in Leiden hospiteerde, kreeg ik altijd direct een belletje. In Amsterdam vergeten ze dat nog weleens door de grote hoeveelheid aanmeldingen.”
“Als je bent gekozen, word je geloof ik gebeld, maar ik krijg meestal een sms’je,” aldus Luna Minnaar (20), student media & cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft in een paar maanden wel 35 hospiteeravonden bijgewoond. “Toen ik drie of vier keer per week vanuit
Hilversum op en neer reisde voor een hospiteeravond, werd ik er wel onzeker van. Na elke keer dacht ik: deze keer word ik het. Maar dan toch weer dat ‘helaas sms’je. Er was een groep die ik elke week tegenkwam op hospiteeravonden.” Ook Mourice Schuurmans (25), stagiair industrial design, kent het beruchte sms’je. “Ik kom uit Zwolle, dus met mijn boerennuchterheid voel ik mij niet snel afgewezen. Maar als ik het een heel gezellige avond vond en toch niet word gekozen,
voelt het wel een beetje persoonlijk. Het is vergelijkbaar met het gevoel dat je aan de bar een meisje hebt aangesproken dat er eigenlijk geen zin in heeft.” Rebekka Folkers heeft eindelijk met
succes gehospiteerd. Sinds zondag mag zij zich de gelukkige bewoonster van een kamer van een studentenhuis op de Lindengracht noemen. Ze weet niet of het haar eerste indruk, haar verhaal of een dosis geluk was dat haar de kamer bezorgde. En dat kan haar niet schelen ook.

All Posts
×

Almost done…

We just sent you an email. Please click the link in the email to confirm your subscription!

OKSubscriptions powered by Strikingly